‘Weer thuis’: van donker naar licht

Altijd listig om gedichten te schrijven over een periode dat het tegenzit, geestelijk en lichamelijk. Want daarover gaat mijn nieuwe dichtbundel Weer thuis. Van diagnose prostaatkanker, hartklachten en zware depressie tot het weer omarmen van de aanwezigheid. Van donker naar licht.

In de valkuil van zelfbeklag ben ik niet gevallen. Noch in die van negatief gezeur. Het is een intieme themabundel geworden, waarin ik moois heb gehaald uit lelijke jaren. De 34 gedichten ontstijgen het persoonlijke, denk ik, hoop ik.

Weer thuis leent zich niet voor hapsnap consumptie. Maar wie tijd en moeite neemt om kalm, contemplatief te proeven van de filosofisch geladen gedichten wordt beloond.

In 1999 schreef ik Toch daagt het weer. Die dichtbundel valt hier te lezen. Gerrit Komrij nam een gedicht op in de Bloemlezing van de Nederlandse poëzie.

Onder Lees verder en onder het linkje  Weer thuis vindt u de gehele bundel.

Dans

schot na schot
nieten in weerloos weefsel
laatste druppels bloedsperma op
een verlaten kerstavond
de brand moet in wat woekert
‘tot straks, lieverd, tot straks’
‘we gaan u op de zij leggen’

vergeefs verstilling gezocht
zeurende zinloosheid
kakofonie van oude
angsten en tijdloze vragen
kunnen die opgaan in stille syllaben
ongezien het kruis geslagen
nederig teken van ongelovige wanhoop

maar hoor toch die schoten
achtergrondruis van geschonden heelal
op die puls van wat niet mocht klinken
leren zwieren, het lot in armen
pas na pas U
vragen om een laatste dans
tot aan de dageraad Lees verder

Gepost in Hier en nu, Weer thuis Plaats een reactie

La Superba flonkert sporadisch

La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer gelezen. Matig boek. Het zegt iets over de polderkwaliteit van de Nederlandse literatuur dat deze roman de Libris Literatuurprijs kon krijgen. De inhoud is bijeen gescharreld, want te divers qua invalshoeken en te gezocht het rode draadje met het gevonden been. De vorm, de stijl, is al net zo onevenwichtig. Te frequent te zwaar aangezette lyriek. Geen moment blijkt dat ILP weet dat in de beperking, in het schrappen, in het indikken, in de kale taal, zich de meester toont.
Geen plusje? Toch wel, zelfs een hartverwarmende. La Superba grijpt hoog, is een heuse poging om tot echte literatuur te komen en dat is lovenswaardig in deze tijd, waarin ‘vermaak’ – we worden erdoor overspoeld – ook al wordt versleten voor letterkunst.

Pfeijffer beheerst zijn taal, maar heeft ten diepste niets te zeggen. Zelfs een lang verblijf in Genua verbloemt dat niet. La Superba is het product van een man die graag schrijver wil zijn, die verslingerd is aan deze vorm van zelfbevlekking. ILP verwoordt dat in episode 1 van het derde deel (bladzijden 275, 276). Die anderhalve pagina zijn verwoestend fraai, vertellen alles en rechtvaardigen het lezen van La Superba.

‘Ik vind het tegenwoordig ook niet meer zo’n heel slecht idee om dood te gaan. Vroeger raakte ik in paniek bij de gedachte. Nu begrijp ik dat het niet zoveel uitmaakt hoe ver ik naar het zuiden reis. Overal zal het hetzelfde zijn. Je kunt iets doen of niet doen. Je kunt een stad vinden, vrienden om mee te drinken en cafés om je eigen te maken met vernieuwde, onvermoede passie, maar je weet dat je het allemaal ooit zult verraden voor een nieuwe illusie. En daar schrijf je dan over. Dat is nog de grootste illusie. Ik schrijf alleen maar bij de gratie van gebrek aan vrouwen of drinkmaatjes die mij van het werk houden, in weerwil van mijn wensen. Als Genua echt zo leuk was als ik beweer zou je er niets over horen, mijn vriend. Alles wat ik schrijf is nep, omdat ik niet schrijf als ik mezelf ben. Het is een vlucht uit de realiteit op een wankel vlot van taal, zoals de schepen gingen naar La Merica, zoals ze komen, stumpers naar het beloofde land van Europa.
Ik kan nergens leven dan elders. Ik ga naar het zuiden, zij naar het noorden. Als we sterven is het misschien niet zo erg. Zij aan honger, ik aan dorst en verveling. Het zou een hoop vergeefse dromen schelen.’

Gepost in Hier en nu, Krabbels Reageren uitgeschakeld

Doelloos

brokken gloeiende aarde
kluiten woestijnzand, rotsen, hels de middagzon
daar zat hij, recht, het hoofd afgekeerd van ons,
onverminderd verslaafd
aan het ritueel van de waan

de wachter vroeg hem nog
tekst en uitleg, meester, wat moeten wij
‘verwarring is er genoeg, laat mij, ga uw gang
geen lied, geen verhaal, geen woorden van richting
‘mijn pad was doelloos en zonder betekenis’

aan de voet van de kleine heuvel
daar waar de zwarte kraai cirkelde
ontvouwde de man zijn kleurig kleed
onbeweeglijk zweefde het tanige lijf
boven het aardse, het verschroeide

onder de tentzeilen heerste ongemak
over het aankijken met de rug
van wat ons verbeten door de dagen dreef
waarom versterven onder onze ogen
een enkeling gooide een steen

anderen noemden het signaal heilig
ingrijpen of niet, strijd ontbrandde
langer dan menselijk, zonder vocht of voedsel
zat hij daar als teken van afkeer
verdreven door domheid en hebzucht

verwarring op een vroege ochtend
niet het kleinste teken had de man achter gelaten
niemand zag de wanhoop in zijn ogen
die laatste tel, van dat ultieme inzicht
‘de mens trekt doelloos door, tot de dood verlost’

Gepost in Gedichten, Hier en nu Reageren uitgeschakeld

Als water

Nauwelijks nog kikkers te bekennen, maar de Kwaaklaan ligt keurig op zijn plek. ‘Te koop’ staat er bij de bunker. Maar ja, wie hapt toe, de volksmond zegt dat er een atoomkop ligt opgeslagen. Gauw door, achterlangs bij Unicum, naar de Merenwijk. Via de Broekweg passeer ik twee keer de ringweg. Ooit fietste ik die in kennelijke staat zeven keer rond (maar de huizen bleven staan, dit voor de Bijbelvaste lezers onder u). Nu, gelukkig nuchter, peddel ik recht op mijn doel af, De Zijl. Aan een oud verlangen geef ik toe. De directe aanleiding vormt een artikel in Plus, waarin Rik Felderhof vanuit zijn villa in Tanzania laat weten dat je als mens los moet leren laten. Vervelend en dom. Zo simpel ligt het vooral voor lieden die eerst de buik vullen en daarna het hoofd met nieuwerwets spiritueel geneuzel. Lees verder

Gepost in Columns Leidsch Dagblad, Hier en nu Reageren uitgeschakeld

Zo stil

Het verlangen naar stilte wordt almaar groter. Toch zocht ook ik vorige week het stadsgeruis op, gelokt door het kopje in deze krant: ‘Theo van Es zingt met K&G op Stadhuisplein’. De geluiden die de zanger van The Shoes voortbrengt associeer ik maar deels met zingen. En dat dan samen met mijn favoriete korps. Kon dat? Het deed me denken aan mijn eerste uitje als junior van Docos tafeltennis. Naar Aurora aan de Breestraat, misschien wel de eerste snackbar van de stad. Ik bestelde, je mocht alles nemen, patat met chocomel én een gevulde koek. Om die ongewone combinatie werd gelachen. Het liefst had ik ook nog Bulgaarse yoghurt genomen, maar die bleek niet voorradig. Lees verder

Gepost in Columns Leidsch Dagblad, Hier en nu Reageren uitgeschakeld

‘Eine kleine Süsse’

Het gebouw op ijzeren poten van Achmea pal naast het station kent een entreeruimte zo kerkelijk hoog dat hij nederig stemt. Schoon, veel ruit, licht, witte wanden, minimale inrichting, spotjes. Alles ademt controle. Ik ben er om in de expositieruimte de schilderijen van Flore de Koning te ervaren. Deze krant schreef er vorige week over. Breder bezien wil ik weer eens proeven hoe het mijn kunstbarbarisme gesteld is. Nee, niet aan de zorgverzekeraar vragen hoe maatschappelijk verantwoord het is dure zorgcenten te spenderen aan een branchevreemde niche.
Ik kijk naar de schilderijen van De Koning. Vlakken, stedelijke lijnen in soms een organische omgeving. Erg mijn best doe ik om de diepere zin te doorgronden. Hoeft dat niet? Gaat het om de impressie, of die je wat doet? Tsja, het doet me weinig. Lang sta ik stil. Kijken, doorzien, wat ontgaat me? Waarom heb ik hier geen antenne voor? Flore krijgt prijzen, heet een talent, het ligt vast aan mij. Het laatste dat ik wil is haar te na komen. Laat ik snel de info lezen. Bijscholen, jongen, want wie vindt dat je de verhevenheid van kunst meestal met een kleine v dient te schrijven, is een halfwas intellectueel, jawel. Lees verder

Gepost in Columns Leidsch Dagblad, Hier en nu Reageren uitgeschakeld

De Naald

De dag gaat grijs gekleed en ook het park oogt niet uitbundig. Bomen, struiken, weinig bloemen, een hangplek, middenin een vijver. Maar in niets vloekt het modale groen met de omringende arbeidershuizen. Weinig doen aan dit Kooipark, zou je zeggen. Toch repte deze krant over een vereniging die er een monument van wil maken. Dudok-elementen die bewaard moeten blijven, rozenperken, een muziektent, alles in één oogopslag te zien. Vooruit maar. Lees verder

Gepost in Columns Leidsch Dagblad, Hier en nu Reageren uitgeschakeld

Mansen

De dag begin ik fout. Om bij te blijven, omdat het heet nieuws is, het een gewichtige zaak zou betreffen, laat ik de kijkdoos het crisisberaad in de Tweede Kamer mijn huis in slingeren. Niet te volgen, iedereen roeptoetert een eind weg. Na korte tijd al waan ik me getuige van een slechte uitvoering van een surrealistisch toneelstuk. Ionesco, maar dan verprutst. Genoeg. Laat ik mezelf dwingen naar iets vrolijks op zoek te gaan.
Beetje spitten, verdraaid, deze zaterdag van tien tot vijf draaiorgeldag in en om de Hooglandse Kerk. ‘Op die dag zullen vele Leidse draaiorgels hun geluid laten horen. Bovendien treden er diverse artiesten op en zijn er dansworkshops bij het orgel. De toegang is gratis.’ Heen! Lees verder

Gepost in Columns Leidsch Dagblad, Hier en nu Reageren uitgeschakeld

Deinen

Kleine bananen waren het, damesvingers, met te veronachtzamen schillen. Het was op dat moment, april 1975, in Calcutta ‘veilig’ eten, die bananen. Eén kop thee met één scheutje verse melk had voor een dagenlange diarree gezorgd. Maar daar liepen we toch weer door de achterafstraat van het ‘riool van Azië’, waar ons hotel, het Leger des Heils, zijn domicilie had. De schillen liet ik achteloos vallen, groter kon de zooi niet worden. En toen, gekrijs, vechtende paria’s, er werd om geknokt door de ‘have nots’. Chef Salvation Army, die passeerde, lachte om mijn schrik. ‘Niets loos, mister Theo, van die schillen trekken ze soep, vandaar. Een fijne dag verder.’ Dat viel niet mee, het kostte moeite om de beelden en geluiden uit te bannen. Lees verder

Gepost in Columns Leidsch Dagblad, Hier en nu Reageren uitgeschakeld

Passie

Pal voor Pasen, op Goede Vrijdag, verzamelden wij ons, leerlingen van de Sint Barbaraschool aan het Levendaal, in de Heilig Hart tuin. Niet om eieren te zoeken, nee, om strak in het gelid te zingen. Het had wat. Zelfs veel als we ‘O, hoofd vol bloed en wonden’ zongen. De rillingen liepen me over het rijzige ruggetje. Komende week is mijn prilste muziekontroering weer op diverse avonden te beluisteren als ‘Leitmotiv’ van de Matthäus Passion. Wist ik veel.

Als het gebouw scheef hing waren er altijd de stutten van liefde en muziek. Over hartszaken een andere keer, vandaag verwijlen bij dat fenomeen dat als bloed door de aderen van mijn leven stroomt (toe maar). Ach, met zo velen zijn ze, die momenten van het ontstijgen van alle aards drijfzand. Lees verder

Gepost in Columns Leidsch Dagblad, Hier en nu Reageren uitgeschakeld