Blij met taalverruwing PVV?

Vermoeiend, zucht, zo’n artikel van Adri Duyvesteijn in de Volkskrant. Kop: Discriminatie of bot taalgebruik? Over zijn eigen partij, de PvdA? Verrassend, nee, de PVV. Hetzelfde is in andere bewoordingen, altijd netjes, altijd onderhuids beschimpend, al honderd keer gezegd en geschreven. Geeuw, uitgekauwd, erg vervelend, hoe trap je een open deur uit zijn voegen.

De PVV schreeuwt van zich af. Kansloos, als de onderliggende materie (lees onderstaand artikel op deze site ‘Waarom links het volk niet ziek moet noemen’) niet onopgelost zou zijn. Zou het volk op Wilders stemmen louter omwille van zijn taalgebruik? Net zo min als om zijn geblondeerde haar. Typisch PvdA-stuk weer, met een pisboog (sorry voor de botte taal) om de hete brei heen.

Hoe doen die andere tot op het bot fatsoenlijke politici het dan? Die ‘hanteren een manier waarin de schoonheid van de rede tot uitdrukking komt’. Zeg het beschaafd, dood zachtjes, knijp iemand hoogbeschaafd taalkundig de keel dicht.

Behalve dat daarvan, van die ‘schoonheid van rede’ zelden iets waar te nemen is, is ook het verschil minder pregnant dan lijkt. Adri vindt de gifmoord, zinnetje na zinnetje, druppeltje na druppeltje, te verkiezen boven de zichzelf overschreeuwende, brute verbale aanslagen van de PVV.

Maar in essentie is er vooral sprake van vormverschil. Terwijl het toch onderhand wel tijd is de focus te richten op de inhoud.Dan nog dit: is dankbaarheid richting de taalverruwing van de PVV juist niet op zijn plaats? Iedereen weet waarop te richten. De natie moet zich hoeden voor de dag dat de door Wilders bespeelde onvrede in handen komt van een verbale gladjanus, die de narigheid verpakt in de ‘schoonheid van de rede’.

Dit bericht is geplaatst in Hier en nu, Krabbels. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.